Handstand doorrol

Gepubliceerd op 27 januari 2022 om 18:36

Laatst lag ik al zappend op de bank tv te kijken in de woonkamer toen mijn beeld opeens werd verstoord. Twee wapperende benen van mijn dochter Suus zeilden door mijn gezichtsveld . Ontzettend irritant, want ik kan er heel slecht tegen als iemand, terwijl ik tv kijk, bijvoorbeeld even de vaatwasser gaat uitpakken, uitgebreid gaat telefoneren, een zak chips eet of iets te vaak door mijn beeld heen gaat hannesen, maar dit terzijde. ‘Kijk eens wat ik kan, papa!’, zei Suus, maar voor ik het door had, verdwenen de benen van Suus alweer uit beeld. Handig is ze zeker, zoals je hebt kunnen lezen in mijn vorige blog ‘Touché’, maar laten we eerlijk zijn: een handstand maken is van een absoluut andere orde. Na de handstand volgde al snel een standje dwarslaesie toen ze vol op haar rug klapte. Dit tafereel kwam mij bekend voor. Ze kermde het uit op volume sirene! De nek- en rughaartjes – nogmaals, dat zijn er bij mij nogal wat – stonden direct fier overeind. Ik zal je uitleggen waarom.

 

Je moet begrijpen dat de handstand en met name de handstand doorrol een enorme impact heeft gehad op mijn moeder, maar met name ook op mij. Een impact die zijn weerga niet kent. De handstand doorrol was een klein onderdeel van mijn turnlessen op het CIOS. Die oefening heb ik na ontelbaar veel uurtjes trainen tot een kunst verweven, maar daar kom ik later op terug, want de oplettende lezer is natuurlijk gestokt bij het woordje CIOS, en dat snap ik. Het CIOS is het Harvard, Oxford of Cambridge voor de beginnende sportinstructeur, al zeg ik zelf. Ik kan je mededelen dat deze veelzijdige kornuit inderdaad op het CIOS heeft gezeten en deze studie cum laude heeft afgerond. Dat cum laude zat hem vooral in de veelzijdigheid van mijn spiek- en ‘hoe leid ik een docent om de tuin’-skills, maar dat doet er niet toe. Ik zeg altijd maar ‘gehaald is gehaald’, strikje erom, niks meer aan doen. Die ‘hoe leid ik een docent om de tuin’-skills waren overigens niet aan de orde bij de turnlessen die ik kreeg. Niemand kon om Tjalling van den Berg heen, ook ik niet. Deze knakker moest dus met de billetjes bloot!

 

Terug naar de handstand doorrol en mijn maandenlange lijdensweg en de martelgang die hieraan voorafging om deze oefening tot in excellentie te kunnen verwezenlijken. Het was één van de vele eisen en toetsmomenten die ik op het CIOS had. Met wat handige tips van turngoeroe Tjalling van den Berg, die turnend Nederland trainingen gaf van het kaliber Harvard, Oxford of Cambridge en mede-grondlegger was van het goud van Epke Zonderland in 2012, begon ik thuis te oefenen. Dagen, weken, maanden trainden wij, mijn moeder en ik, hiervoor. Er heerste, op onze manier, een waar topsportklimaat in huize Van Vilsteren. Op een gure doordeweekse avond waren we klaar voor de generale repetitie in de woonkamer.

 

Licht uit, spot aan. Absolute stilte: je kon een haarspeld horen vallen in de woonkamer. Ik nam een diepe zucht, blies onbewust flink richting mijn moeder uit en maakte ietwat gespannen mijn handstand. Dit vooral omdat mijn moeder met een beslagen bril en met haar anderhalve meter lengte mijn benen moest opvangen. Daarbij had ik nog niet de souplesse van Epke. Met alle respect, maar mijn moeder en ik konden nu niet echt spreken van een ware Tjalling-Epke-tandem. Ze zag niets door haar beslagen bril, dus alles ging als een waas aan haar voorbij, ze stond totaal verkeerd en miste mijn benen op een haar na. Althans, dat is haar versie van het verhaal. Intussen lag ik zelf in de zoveelste dwarslaesie-stand op onze eikenhouten vloer.

 

Toch lukte het voor de kerstvakantie om de handstand doorrol tot een goed einde te brengen. Op de turnmat in Heerenveen, waar Epke vele uurtjes trainde en investeerde in zijn gouden toekomst, scoorde ik een voldoende op mijn oefening. Oké, het was niet van een Harvard-, Oxford-, of Cambridge-niveau en misschien geen oefening uitgevoerd tot in perfectie, maar het verlossende woord kwam al snel van de goeroe zelf. ‘Van Vilsteren, ZES! Vijfenhalf voor de uitvoering, half puntje voor je inzet’, waren de woorden van Tjalling van den Berg. Toen ik wegliep, kregen de onoplettende medeleerlingen een por in hun buik van hem. ‘Buikspieren aanspannen, mensen, jullie zijn net vaatdoeken.’ Voor het vak turnen kreeg deze elastische snuiter uiteindelijk het eindcijfer zesenhalf. Strikje erom, niks meer aan doen!

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Benny
8 maanden geleden

Dennis, je verhaal mooier dan je handstand doorrol ooit is geweest... volgens mij... haha

Vera
8 maanden geleden

Fantastisch stukje Dennis! Als ex-turnster had ik altijd een streepje voor bij Tjalling… en die voetballers die waren vaak het bokje!

Ton Spekschoor
8 maanden geleden

Hoi Dennis
Ik ken de woonkamer van je moeder en ik zie nog steeds de beschadiging aan de muren.
Mooi verhaal.Groet.Ton

Jen
8 maanden geleden

Mooi stukje Dennis. Heb weer mijn buikspieren gebruikt. 😂😂😂😘

Nellie Buitenhuis
8 maanden geleden

Geweldig geschreven.
Erg leuk