Greenkeeper

Gepubliceerd op 9 april 2021 om 19:25

Ten einde raad

Het is zondagochtend tien voor negen als Peter belt. Het is dringend, dat kan niet anders, want Peter belt nooit zo vroeg op de zondagochtend. Ik laat het Skipbo-spel van mijn dochter voor wat het is en neem op. Grote gele plekken in zijn fonkelnieuwe grasmat zijn het probleem. ‘Jij bent nogal handig met gras’, zegt Peter. Of ik dus de oplossing weet. De vijf minuten erna ontaardt zich een academisch gesprek waarbij ik en passant de fosfor-, stikstof- en kaliumgraad van het gras telefonisch bij Peter check. We komen er niet uit en ik besluit langs te gaan. Aangekomen in zijn Sukerbietendorp staan we op de weide van Peet. Met de handjes op de rug checken we minutieus het gras. Peter kan er geen touw aan vast knopen en is ten einde raad.

 

Greenkeeper

Poeh poeh, Dennis! Naast het schrijven van het kinderboek ‘Op zoek naar een Schat’ heeft meneer ineens ook verstand van gras en gazonnetjes? Het antwoord hierop is een volmondig ‘ja’ en dit zal ik, consciëntieus als ik ben, eens nader toelichten. Kijk, in de maanden maart en april is Peter niet de enige die belt. Ook mijn zwager Gerjan, beter bekend als Gerrie (lees mijn vorige blog ‘Je m’appelle Dennis’), belt mij vroeg in het voorjaar al op. En zo zijn er meer. Veel familieleden, kennissen en vrienden bellen mij op voor gazontechnische tips. Ik doe dit overigens pro deo, oftewel ik reken niets voor zo’n consult. Ik sta de mensen graag te woord. Ik ben geen gemakkelijke prater, maar als het gaat om gras is er een klein aftakkinkje in het hersenpannetje van deze kornuit dat ineens wordt geactiveerd. Ik word in deze kringen ook wel de greenkeeper genoemd. Ik koketteer hier niet graag mee, maar als zoveel mensen je advies vragen, ga je hier vanzelf in geloven!

 

Experimentele fase

Mijn greenkeeper-gevoel begon begin jaren negentig. Thuis hadden we een leuk gazonnetje, dat zich leende om ermee te experimenteren. Mijn vader heeft hier onbewust een groot aandeel in gehad. Dit was omdat hij een pienter plan had om aan het eind van het jaar een divisie losgeslagen kalkoenen de vrije loop te laten op ons mooie gazonnetje. Een volkomen praktisch besluit, want van het gazon bleef weinig over. Onder de noemer ‘hoe lul ik me hieruit’ gaf mijn vader aan dat de kalkoenenschijt als mest fungeerde. Van oktober tot half december waren het bij ons thuis letterlijk en figuurlijk gazon-erbarmelijke tijden, maar vanaf maart gingen we er weer vol tegenaan, tenminste mijn vader en ik. De moestuin werd gespit, de aardappelen werden gepoot en de wortelen gezaaid. Daarbij keek mijn moeder altijd een beetje zuur naar mijn vader hoe hij het gazon voorzag van een ruige en ongetemde voorjaarsbeurt waar je ‘u’ tegen zegt. Met de oogklepjes op zorgden wij ervoor dat het gras er door een sensationele dan wel iconische kwaliteitsimpuls uiteindelijk weer netjes bij lag.

 

Afstemmingsfase

Jaren later had ik eindelijk mijn eigen gazonnetje. We, mijn vrouw en ik, woonden riant in Zwolle-Zuid. Dat wil zeggen: met tien gezinnen onder één kap, of beter gezegd een rijtjeshuis, maar dit terzijde. Ons gazonnetje was niet groot, maar er lag een keurig grasmatje. Toch bleek mijn grasstandaard niet de standaard van mijn vrouw te zijn. Je bent aan het begin van je relatie, dus alles kan en alles mag. Kortom, dan mogen er nog fouten worden gemaakt. Met ons gazonnetje bleken we er echter niet uit te komen. De belangen van mijn vrouw en mij lagen wat dat betreft voetbalvelden uit elkaar. Kijk, ik hou van een strakke mat, met de kantjes mooi opgeknipt, en het liefst maai ik om de dag. Ik ambieer één groen en egaal biljartlaken. Van een biljartlaken konden wij echter nooit spreken. Kwam ik na een week hard werken thuis, dan stond er ineens pontificaal een zandbak in de tuin, zo’n schelp met tien kuub zand erin. Kortom, een loodzwaar ding en dus niet te verplaatsen. Deze schelp stond midden op mijn weide van vijf bij drie meter. Hier kwamen nog een glijbaan, een schommel en een trampoline bij. Onder het motto ‘je doet wat je kunt’ moest ik het doen met nog maar een paar overgebleven grassprietjes. Deze stonden er overigens prima bij, dat dan weer wel.

 

Oogstfase

Een paar jaar geleden maakten we met ons gezin een woningtransfer, binnen de ‘woninglaardij’ ook wel gezien als een transfer van het kaliber De Ligt en De Jong, dat je even de context helder hebt. We streken neer in het lieflijke dorpje Heino. Daarbij zaten er 140 vierkante meters gras aan deze woongelegenheid vast. Het gras was in slechte staat, maar ik zag veel potentie. Het riedeltje ‘in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst’ gaat zoals je begrijpt voor mij niet op. Alle bovengenoemde tegenvallers hebben mij gesterkt en na jaren martelen zit ik nu in de oogstfase. Daarbij durf ik hier glashard te stellen - en ik weet: dit zal hier en daar keihard aankomen - dat ik in elk gazonnetje in Nederland geloof. Van alles is echt wat te maken. Het is maar wat je ermee doet. Een beetje mos weghalen hier, een beetje verticuteren daar, kieper er een kladde kunstmest over en sproeien maar. Niks meer en niks minder.

 

Controleer en heers

Wat rest is een stukje discipline: bijhouden die handel, niet verslappen nu. En voor de echte grasliefhebbers: probeer als het kan het gespuis aan kinderen, dieren, zandbakken, trampolines, schommels et cetera ver weg te houden van je grasmat. Niet dat dit mij is gelukt, maar het is hooguit een goede raad voor de starters onder ons. Houd voor de rest je vrouw in toom, voor zover dat mogelijk is. Deze wezens zijn misschien nog wel het meest funest voor je weide. Natuurlijk moet je je overgeven aan hun impulsiviteit, maar probeer dit toch op slinkse wijze te sturen. Een voorbeeld: besluit zij ineens op een zomerdag zo maar lukraak een opblaaszwembad midden op je biljartlaken te zetten, spring dan niet direct in de vlekken, maar ontspan! Met dit bijltje heb ik meerdere malen gehakt. Probeer van elk nadeel je voordeel te maken. Elke avond even tersluiks die stop eruit trekken en lekker weer verdergaan met je Netflix-serie of het spelletje Clever. Is het zwembad leeg, dan zet je dat hierna geruisloos even weg op een andere plek. Op deze wijze krijgt het grasgewas zijn welverdiende vocht en kijk je de volgende dag niet naar een grasmat waar zowaar een UFO op is geland. Zeg nu zelf, wie is hier nu eigenlijk écht ‘clever’? Samenvattend: controleer en heers.

 

Consult

Ook dit consult was gratis en voor niets. Doe ermee wat je wilt. Ik ben wel voornemens bij een volgende vraag van deze en gene een bedrag van € 15,- te factureren. Bij deze prijs zit een eenmalig weide-advies en tevens krijg je er een mooi kinderboek, genaamd ‘Op zoek naar een Schat’, bij cadeau. Wat wil je nog meer?

Hoe het Peter is vergaan? Hangend boven de desbetreffende plekken op Peters gazon heb ik mijn reukorgaan de kost gegeven. De gele plekken zijn weg. De kattenverjager op Peters weide doet uiterst goed werk. Niks meer aan doen. Missie geslaagd!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.